Zijn bedoeld voor signalering van de afschakeling van de vermogensautomaat (trip-stand +), zoals deze bijv. bij maasnetschakelaars nodig zijn. Bij het AAN- of UITschakelen met de hand of met motorbediening wordt geen impuls gegeven.
Storingsmelder van de schakelaar
Schakelstandindicatie alleen wanneer schakelaar wordt aangesproken door overbelasting, kortsluiting, spannings- of testafschakelspoel. Geen wiscontact bij AAN-/UIT-schakelen met de hand en bij het uitschakelen met motor (uitzondering: handmatig uitschakelen bij motorbediening NZM2, 3, 4).