Fase-uitvalgevoeligheid [t-head2]
Motorbeveiligingsrelais Z bieden vanwege de constructie een effectieve bescherming bij uitval van een fase. Hun zogenaamde fase-uitvalgevoeligheid komt overeen met de eisen van IEC 947-4-1 en VDE 0660 deel 102. Daarmee bieden deze relais ook de voorwaarden voor de beveiliging van EEx e-motoren (→ navolgende afbeelding).
|
|
||||
| Normaal bedrijf niet gestoord
|
Driefasige overbelasting
|
Uitval van een fase
|
||
|
|
||||
Wanneer de bimetalen in het hoofdstroomdeel van het relais vanwege driefasige motoroverbelasting verbuigen, beïnvloeden deze alle drie een afschakel- en een differentiaalbrug. Een gemeenschappelijke afschakelhefboom schakelt bij het bereiken van de grenswaarde de hulpcontacten. Afschakel- en differentiaalbrug liggen dicht en gelijkmatig bij de bimetalen. Wanneer nu bijv. bij fase-uitval een bimetaal niet zo sterk verbuigt (of terugvalt) als de beide anderen, dan leggen de afschakel- en differentiaalbrug verschillende wegen af. Deze differentiaalweg wordt in het apparaat door een omzetting in extra afschakelweg omgevormd; de afschakeling volgt sneller.
Ontwerpaanwijzing → Paragraaf Motorbeveiliging in speciale gevallen;
Meer aanwijzingen omtrent de motorbeveiliging → Paragraaf Rond om de motor.




