Werking en bediening [t-head1-first]
Elektronisch motorbeveiligingsrelais behoren, net zoals het volgens het bimetaalprincipe werkende motorbeveiligingsrelais, tot de stroomafhankelijke veiligheidsinrichtingen.
De registratie van de actueel stromende motorstroom in de drie fases van een motoraftakking volgt bij het motorbeveiligingssysteem ZEV met afzonderlijke doorsteeksensors of een sensorgordel. Deze worden met de verwerkingseenheid gecombineerd, zodat een separate opstelling van de stroomsensoren en de verwerkingseenheid mogelijk wordt.
De stroomsensoren werken op het uit de meettechniek bekende Rogowski-principe. Zo heeft de sensorgordel in tegenstelling tot de stroomomzetters geen ijzerkern, zodat deze niet in verzadiging kan raken en zo een zeer groot stroombereik kan meten.
Door deze inductieve stroommeting hebben de gebruikte aderdoorsneden in het lastcircuit geen invloed op de afschakelnauwkeurigheid. Bij elektronische motorbeveiligingsrelais is het mogelijk, grotere stroombereiken in te stellen, dan bij het elektromechanische bimetaalrelais mogelijk is. Bij het systeem ZEV wordt het totale beveiligingsbereik van 1 tot 820 A met slechts één verwerkingseenheid afgedekt.
Het elektronische motorbeveiligingssysteem ZEV realiseert de motorbeveiliging zowel met indirecte temperatuurmeting via de stroom als ook met directe temperatuurmeting in de motor met thermistoren.
Indirect wordt de motor bij overbelasting, fase-uitval en asymmetrisch stroomverbruik bewaakt.
Bij de directe meting wordt de temperatuur in de motorwikkeling met één of meerdere PTC-sensoren bepaald. Bij overtemperatuur wordt het signaal naar het uitschakelapparaat geleid en wordt het hulpcontact bekrachtigd. Reset is pas na het afkoelen van de thermistoren tot onder de aanspreektemperatuur mogelijk. Dankzij de geïntegreerde thermistor aansluiting kan het relais worden gebruikt als volledige motorbeveiliging.
Bovendien beschermt het relais de motor tegen aardsluiting. Al bij een geringe schade aan de isolatie van de motorwikkeling stromen kleine stromen naar buiten weg. Deze foutstromen worden door een externe totaalstroomtrafo geregistreerd. Deze telt de stromen van de fasen op, verwerkt deze en meldt foutstromen aan de microprocessor van het relais.
Door het instellen van een van de acht uitschakelklassen (CLASS) wordt aanpassing van de te beveiligen motor aan normale of zware aanloopomstandigheden mogelijk. Zo kunnen de thermische reserves van de motor worden benut.
Het motorbeveiligingsrelais wordt met een hulpspanning gevoed. De verwerkingseenheid beschikt over een multispanningsuitvoering, die het mogelijk maakt, alle spanningen tussen 24 V en 240 V AC of DC als voedingsspanning te gebruiken. De apparaten hebben een monostabiel gedrag; bij uitval van de voedingsspanning schakelen ze.
Naast de bij motorbeveiligingsrelais gebruikelijke verbreek (95-96)- en maak (97-98)-contacten is het motorbeveiligingsrelais ZEV uitgevoerd met een parametreerbaar maakcontact (07-08) en verbreekcontact (05-06). De eerstgenoemde, standaard contacten reageren op overbelasting door de stroomtoename of door de temperatuur verhoging van de motor via de thermistor beveiliging.
Aan de parametreerbare contacten kunnen verschillende meldingen worden toegekend, zoals
De functietoekenning volgt menugestuurd m.b.v. een LC-display. De stroomsterkte van de motor wordt zonder gereedschap m.b.v. de bedieningstoetsen ingevoerd en kan op het LC-display eenduidig worden gecontroleerd.
Bovendien maakt het display een gedifferentieerde dialoog mogelijk van de schakelreden, waardoor een snellere foutbehandeling mogelijk is.
De afschakeling bij 3-polige, symmetrische overbelasting met de x-voudige instelstroom volgt binnen de door de uitschakelklasse bepaalde tijd. De uitschakeltijd vermindert t.o.v. de koude toestand afhankelijk van de voorbelasting van de motor. Er wordt een zeer grote uitschakelnauwkeurigheid bereikt. De uitschakeltijden zijn over het totale instelbereik constant.
Wanneer de asymmetrie van de motorstroom hoger wordt dan 50%, schakelt het relais na 2,5 s af.
De toelating voor de thermische beveiliging van explosieveilige motoren met ontstekingsklasse "verhoogde veiligheid" EEx e conform richtlijn 94/9/EG en het bericht van de Physikalisch Technischen Bundesamtes (PTB-bericht ) zijn aanwezig (EG-typebeproevingscertificaatnr. PTB 01 ATEX 3233). Meer informatie vindt u in het handboek AWB2300-1433D „Motorbeveiligingssysteem ZEV, thermische beveiliging van motoren in EEx e-omgeving“.

