Functiebeschrijving [t-head1]
Inschakelen van de verwarming [t-head3]
Wanneer de hoofdschakelaar Q1 is ingeschakeld, de veiligheidsthermostaat F4 niet heeft geschakeld en aan de voorwaarde T ≤ Tmin is voldaan, dan kan de verwarming worden ingeschakeld. Bij het bedienen van S1 is de stuurspanning actief op hulprelais K1, die daarna via een overname contact in blijft. Het wisselcontact van de contactthermometer heeft de stand I-II. Het laagohmige sensorcircuit van de EMT6 garandeert, dat Q11 via K2/maakcontact 13-14 wordt bekrachtigd.
Uitschakelen van de verwarming [t-head3-col]
De verwarmingsschakelaar Q11 blijft in, tot de hoofdschakelaar Q1 wordt uitgeschakeld, de toets S0 wordt bediend, de veiligheidsthermostaat schakelt of T = Tmax is.
Bij T = Tmax heeft het wisselcontact van de contact thermometer de stand I-III. Het sensorcircuit van de EMT6 (K3) is laagohmig, het verbreekcontact K3/21-22 geopend. De hoofdschakelaar Q11 valt af.
Beveiliging tegen draadbreuk [t-head3-pg]
De beveiliging tegen draadbreuk in de sensorkabel van K3 (bijv. niet herkennen van de grenswaarde Tmax) is door toepassing van een veiligheidsthermostaat gewaarborgd, die bij overschrijden van Tmax via het maakcontact F4 dwangmatig afschakelt volgens het principe "wegnemen van spoelspanning“.


