Directe start [t-head1-pg]
In het meeste eenvoudige geval en met name bij kleine vermogens (tot ca. 2,2 kW), wordt de draaistroommotor direct op de netspanning geschakeld. Dit wordt in de meeste toepassingen met een elektromagnetische schakelaar uitgevoerd.
In dit bedrijfstype – op het net met vaste spanning en frequentie – licht het toerental van de asynchroonmotor slechts iets onder het
synchrone toerental ns ~ f.
Het bedrijfstoerental [n] wijkt daarvan af, omdat de rotor ten opzichte van het draaiveld slipt: n = ns × (1 – s),
met de slip s = (ns – n)/ns.
Bij het starten (s = 1) treedt daarbij een hoge startstroom op – tot het tienvoudige van de nominale stroom Ie.
Kenmerken van de directe start [t-head3]
Wanneer door eisen van de klant voorwaarden bestaan voor wat betreft de schakelfrequentie en/of het geluidloos schakelen of wanneer agressieve omgevingscondities een beperkte toepassing van de elektromechanisch schakelelementen toestaan, dan zijn hier elektronische halfgeleiderschakelaars nodig. Bij de halfgeleiderschakelaar moet naast de kortsluiting- en thermische beveiliging ook de halfgeleiderschakelaar door een snelle zekering worden beveiligd. Conform IEC/EN 60947 is bij de coördinatieklasse 2 een snelle halfgeleiderzekering nodig. Bij coördinatieklasse 1, de meeste toepassingen, kan de snelle halfgeleiderzekering komen te vervallen.
Hier enige voorbeelden:

