Meerdere motoren opeenvolgend met een softstarter starten (cascaderegeling) [t-head2-col]
Wanneer meerdere motoren opeenvolgend met een softstarter worden gestart, dan moet bij de omschakeling de volgende volgorde worden aangehouden:
→ Paragraaf Softstarter met motorcascade, Aansturing deel 1
NOOD-UIT
S1: Q11 uit
S2: Q11 aan

Soft-Start/Soft-Stop

Simulatie RUN-relais
Met het tijdrelais K2T wordt het RUN-signaal van de DS4 gesimuleerd. De tijdinstelling voor de afvalvertraging moet groter zijn dan de aflooptijd. Als veilige instelling moet 15 s worden gekozen.

RUN

Uitschakeltijdbewaking
Het tijdrelais K1T kan zo worden ingesteld, dat de softstarter thermisch niet wordt overbelast. De bijbehorende tijd resulteert uit de toelaatbare schakelfrequentie van de gekozen softstarter, resp. de softstarter moet zodanig worden gekozen, dat de gevraagde tijden realiseerbaar zijn.

Omschakelbewaking
Het tijdrelais moet op ca. 2 s terugkeervertraging worden ingesteld. Daarmee wordt gewaarborgd, dat bij een softstarter in bedrijf niet de volgende motoraftakking kan worden bijgeschakeld.
→ Paragraaf Softstarter met motorcascade, Aansturing deel 2

Motor 1

Motor 2

Motor n
Individuele motorafschakeling
De uit-knop schakelt alle motoren gelijktijdig af. Het verbreekcontact
is nodig, wanneer motoren ook afzonderlijk moeten worden afgeschakeld.
Daarbij moet op de thermische belasting van de softstarter worden gelet (startfrequentie, stroombelasting). Wanneer de starts in de tijd dicht na elkaar liggen, dan moet onder bepaalde omstandigheden de softstarter groter worden gedimensioneerd (met overeenkomstig hogere belasting).
Softstarter met motorcascade [t-head3-ls]

