Elektronische motorstarters en drives
System Rapid Link

Projectering [t-head3-np]

De Rapid-Link-modules worden in de directe omgeving van de aandrijving gemonteerd. De aansluiting op de energie- en databus is zonder onderbreking op willekeurige plaatsen mogelijk.

De databus AS-Interface® is een systeemoplossing voor het opbouwen van een netwerk met verschillende modules. Een AS-Interface®-netwerk kan snel en eenvoudig worden opgebouwd.

AS-Interface® gebruikt een geometrisch gecodeerde en niet afgeschermde vlakbandkabel met een doorsnede van 2 × 1,5 mm2. Deze draagt alle data over en de energie tussen de besturing en de randapparatuur en verzorgt binnen bepaalde kaders de voeding van de aangesloten apparaten.

De installatie voldoet aan de gangbare eisen. De opbouw is willekeurig, de projectering is daardoor niet gecompliceerd.

Met het samenschroeven dringen twee metalen doornen door de mantel van de vlakbandkabel in beide aders binnen en maken zo het contact met de AS-Interface®-kabel. Inkorten, strippen, aanbrengen van adereindhulzen, klemmen en vastschroeven komen te vervallen.

Position 1Doordringingsdoorn

Position 2Ompoolveilige vlakkabel

De energiebus voedt de Rapid-Link-functiemodule met hoofd- en hulpenergie. Opsteekbare aftakkingen kunt u op willekeurige plaatsen snel en foutloos monteren. U kunt de energiebus naar keuze met een flexibele stroomrail (vlakkabel) of met standaard rondkabels opbouwen:

  • De flexibele stroomrail RA-C1 is een 7-aderige vlakkabel (doorsnede 4 mm2) met de volgende opbouw:
  • U kunt de energiebus ook met standaard kabels (doorsnede 7 × 2,5 mm2 of 7 × 4 mm2, buitendiameters van de aders < 5 mm, soepele koperader conform IEC EN 60228) en kabelaftakkingen RA-C2 opbouwen. De kabel mag een buitendiameter hebben van 10 tot 16 mm.

Waarschuwing!

  • Rapid Link is alleen toegestaan op driefase-draaistroomnetten met geaard sterpunt en gescheiden N- en PE-leiders (TN-S-net). Een aardvrije opbouw is niet toegestaan.
  • Alle op de energie- en databus aangesloten bedrijfsmiddelen moeten tevens aan de eisen voor de veilige scheiding conform IEC/EN 60947-1 appendix N resp. IEC/EN 60950 voldoen. De voedingseenheid voor de 24 VDC voeding moet aan de secundaire zijde geaard zijn. De 30 VDC voedingseenheid voor de AS-Interface®-/RA-IN-voeding moet aan de eisen voor een veilige scheiding conform SELV voldoen.

De voeding van de energiesegmenten volgt via de Disconnect Control Unit RA-DI (zie figuur hieronder) met:

  • Ie = 20 A/400 V bij 2,5 mm2
  • Ie = 20 tot A/400 V bij 4 mm2.

Voor de energieverzorging voor de Disconnect Control Unit RA-DI kunnen kabels tot 6 mm2 worden gebruikt.

De Disconnect Control Unit RA-DI beschermt de kabel tegen overbelasting en zorgt voor de kortsluitbeveiliging van de kabel en alle aangesloten Motor Control Units RA-MO.

De combinatie RA-DI en RA-MO voldoet aan de eisen van de IEC/EN 60947-4-1 als starter met coördinatieklasse 1. Dit betekent, dat de schakelaarcontacten in de RA-MO bij een kortsluiting mogen vastlassen. Bovendien voldoet deze opstelling aan de DIN VDE 0100 deel 430.

De betreffende Control Unit RA-MO moet na een kortsluiting worden vervangen!

Bij de projectering van de energiebus met de Disconnect Control Unit moet op het volgende worden gelet:

  • ook bij 1-polige kortsluiting aan het einde van de kabel moet de kortsluitstroom groter dan 150 A zijn.
  • de som van alle stromen van alle lopende en tegelijk startende motoren mag niet hoger worden dan 110 A.
  • het totaal van alle laadstromen (ca. 6 × netstroom), van de aangesloten Speed Control Units, mag niet hoger worden dan 110 A.
  • de hoogte van de toepassingsafhankelijke spanningsval

In plaats van de Disconnect Control Unit kan ook een 3-polige installatie-automaat met In  20 A met karakteristiek B of C worden gebruikt. Daarbij moet gelet worden op:

  • De doorlaatenergie I²t bij kortsluiting mag niet groter zijn dan 29 800 A2s .
  • Op de inbouwplaats mag het kortsluitniveau Icc daarom niet hoger worden dan 10 kA karakteristiek.

Imprint © 2009 Moeller GmbH   Top