Aanloopoverbrugging van de magneetschakelaar [t-head2]
Bij kleinere motoren is de aanloopoverbrugging meer effectief. Door het parallel schakelen van een extra schakelaar loopt de stroom tijdens de aanloop niet door het motorbeveiligingsrelais. Pas na het aanlopen wordt door het uitschakelen van de overbruggingsschakelaar de volledige motorstroom via het motorbeveiligingsrelais geleid. Hierdoor wordt bij een juiste instelling op de nom. motorstroom een volledige motorbeveiliging tijdens bedrijf gewaarborgd. Het aanlopen moet worden bewaakt.
Aan de toegestane traagheid van traforelais en de overbruggingstijd zijn door de motor grenzen gesteld. Er moet worden gewaarborgd, dat de motor bij direct inschakelen een zeer hoge aanloopwarmte gedurende de gespecificeerde tijdsduur kan verdragen. Bij machines met zeer grote traagheidsmassa, waarbij dit probleem bij direct inschakelen praktisch alleen voorkomt, moeten de motor en het aanloopgedrag zorgvuldig worden gekozen.
Afhankelijk van de bedrijfsomstandigheden kan niet worden uitgesloten, dat een voldoende beveiliging van de motorwikkeling door een motorbeveiligingsrelais niet meer is gegeven. Dan moet worden afgewogen, of een elektronisch motorbeveiligingsrelais ZEV of een thermistor-machinebeveiliging EMT6 in combinatie met een motorbeveiligingsrelais Z aan de eisen voldoet.


)