Rond om de motor
Ontwerpaanwijzingen

Draaistroom-zelfstarterDraaistroom-zelfstarter [t-head1-first]

 
Draaistroom-stator-zelfstarter met aanloopweerstanden
 
Bij de draaistroom-kooiankermotoren worden ter vermindering van de inschakelstroom en het aanloopkoppel een- of meerstappen weerstanden voorgeschakeld.
Bij eenstapstarters is de inschakelstroom ongeveer driemaal de nominale motorstroom. Bij meerstapsstarters kunnen de weerstanden zodanig worden gedimensioneerd, dat de inschakelstroom slechts 1,5- tot 2-maal de nom. motorstroom is; het aanloopkoppel wordt dan zeer klein.
     

 
Draaistroom-stator-zelfstarter met aanlooptransformatoren
 
Dit type aanlopen wordt gebruikt, wanneer bij een gelijk aanloopkoppel als met de stator-voorweerstand de van het net onttrokken inschakel- en aanloopstroom nog verder moet dalen. De motor krijgt bij het inschakelen via de aanlooptransformator een verminderde spanning Ua (ca. 70 % van de nominale bedrijfsspanning). Daardoor neemt de aan het net onttrokken stroom af naar ongeveer de helft van de inschakelstroom bij direct inschakelen.
     

 
Draaistroom-rotor-zelfstarter met aanloopweerstanden
 
Ter vermindering van de inschakelstroom bij motoren met sleepringrotoren worden weerstanden in het rotorcircuit van de motor geschakeld. Daardoor vermindert de aan het net onttrokken stroom. In tegenstelling tot het statoraanlopen is het draaimoment van de motor praktisch proportioneel met de stroom, die aan het net wordt onttrokken. Het aantal stappen van de zelfstarter wordt geregeld door de maximaal toegestane inschakelstroom en door het soort aandrijving.

I: netstroom

Md: Draaimoment

n: toerental

Position 1Vermindering van de netstroom

Position 2Vermindering van het draaimoment


Imprint © 2009 Moeller GmbH   Top