Rond om de motor
Direct inschakelen van draaistroommotoren

Twee draairichtingen en toerentalverandering (omkeerschakelaar) [t-head1]

Speciale schakeling (Dahlanderschakeling) voor aanzetaandrijvingen e.d.
 
VOORUIT: normaal of hoog toerental
TERUG: allen hoog toerental
HALT: Dahlanderschakeling

0: stop

I : laag toerental – VOORUIT (Q17)

II: hoog toerental – VOORUIT (Q21 + Q23)

III: hoog toerental – TERUG (Q22 + Q23)

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

Q17: laag toerental vooruit

Q21: hoog toerental vooruit

Q23: sterschakelaar

K1: hulprelais

Q22: hoog toerental terug

Werking: de procedure wordt afhankelijk van de gewenste snelheid door het bedienen van drukknop I of II gestart. Drukknop I schakelt via Q17 het aanzetten in de motor. Q17 houdt via zijn maakcontact 13-14. Wanneer het starten met hoog toerental moet plaatsvinden, wordt via drukknop II de sterschakelaar Q23 bekrachtigd, welke via zijn maakcontact Q23/13-14 de hoog toerental schakelaar Q21 inschakelt. Het inblijven van beide schakelaars volgt via Q21/13-14. Een direct omschakelen van starten naar starten met hoog toerental tijdens de beweging is mogelijk.

Het omkeren met hoog toerental wordt via drukknop III gestart. Hulpcontact K1 trekt aan en bedient via K1/14-13 de sterschakelaar Q23. Hoog toerental schakelaar Q22 wordt via het maakcontact K1/43-44 en Q23/44-43 op de spanning aangesloten. Houden via Q22/14-13. Het omkeren kan alleen via de drukknop 0 worden gestopt. Een directe omkering is niet mogelijk.


Imprint © 2009 Moeller GmbH   Top