Beveiliging van de fase en de nulleider (middenleider) [t-head1]
Beveiliging van de fase [t-head3]
In alle faseleiders moet worden voorzien in overstroombeveiligingsorganen; zij moeten de afschakeling van de geleider, waarin de overstroom optreedt, realiseren, echter niet automatisch ook de afschakeling van de overige actieve geleiders.
Opmerking:
Wanneer de afschakeling van een enkele fasegeleider gevaar kan veroorzaken, bijvoorbeeld bij draaistroommotoren, dan moet een geschikte voorzorgsmaatregel worden getroffen. Motorbeveiligingsschakelaar en vermogensautomaat schakelen altijd 3-polig af.
Beveiliging van de nulleider in [t-head3]
1. 1.Installaties met direct geaard sterpunt (TN- of TT-net)
Wanneer de doorsnee van de nulleider kleiner is dan die van de fase, dan moet worden voorzien in een aan zijn doorsnede aangepast overstroombereik in de nulleider; de overstroombeveiliging moet de afschakeling van de fase, echter niet automatisch die van de nulleider, bewerkstelligen.
Het is echter toegestaan om af te zien van een overstroombeveiliging in de nulleider wanneer
Opmerking: [t-head3]
Deze tweede voorwaarde is vervuld, wanneer het overgedragen vermogen zo gelijkmatig mogelijk op de fase is verdeeld, bijvoorbeeld wanneer de som van de vermogensopname van de tussen de fasegeleider en de nulleider aangesloten verbruiksmiddelen, zoals verlichting en contactdozen, veel kleiner is dan het totale via de stroomkring overgedragen vermogen. De doorsnede van de nulleider mag niet kleiner zijn dan de waarde in de tabel op de volgende pagina.
2. 2.Installaties met niet direct geaard sterpunt (IT-net)
Wanneer het meevoeren van de nulleider vereist is, dan moet de nulleider van elke stroomkring worden voorzien in een overstroombeveiliging, die de afschakeling van alle actieve geleiders van de betreffende stroomkring (inclusief die van de nulleider) bewerkstelligt.
Er kan worden afgezien van deze overstroombeveiliging, wanneer de bedoelde nulleider door een voorgeschakeld beveiligingsorgaan, bijvoorbeeld aan de voeding van de installatie, beveiligd is tegen kortsluiting.
Afschakeling van de nulleider [t-head3]
Wanneer de afschakeling van de nulleider is voorgeschreven, dan moet de gebruikte beveiligingsinstallatie zo zijn opgebouwd, dat de nulleider in geen geval voor de fasegeleiders kan worden uitgeschakeld en daarna weer kan worden ingeschakeld. 4-polige vermogensautomaten NZM voldoen altijd aan deze voorwaarden.
Vervolg

